Hoe langer je organisatie bestaat, hoe meer digitale middelen erbij komen. Een extra laptop, een nieuwe cloudapplicatie, een account voor een leverancier of software die iemand zelf heeft gekozen omdat het handig was. Dat gaat vaak stap voor stap. Voor je het weet, is het overzicht niet meer compleet.
Dat is geen administratief detail. Als je niet weet welke apparaten, applicaties, accounts en gegevens je gebruikt, kun je ook niet goed bepalen wat je moet beschermen. Digitale veiligheid begint daarom niet met een ingewikkelde beveiligingstool, maar met een helder en actueel overzicht.
In deze blog staat het NCSC-basisprincipe Breng je risico’s in kaart centraal. Het NCSC adviseert organisaties eerst vast te stellen welke belangen beschermd moeten worden. Denk aan informatie, systemen en processen die belangrijk zijn om te kunnen blijven werken. Deze belangrijke onderdelen worden ook wel de kroonjuwelen van je organisatie genoemd.
Om die risico’s te begrijpen, moet je weten wat je gebruikt en waar je afhankelijk van bent. Breng daarom in ieder geval het volgende in kaart:
Je hoeft dit niet direct tot in technisch detail uit te werken. Begin met een bruikbaar overzicht waarmee je kunt bepalen wat belangrijk is, welke afhankelijkheden je hebt en waar mogelijke blinde vlekken zitten.
De Risicoklassenindeling Digitale Veiligheid, kortweg RKIDV, helpt MKB-organisaties om digitale risico’s op een praktische manier te beoordelen. Aan de hand van 9 vragen wordt een organisatie ingedeeld in risicoklasse 1 tot en met 4. Bij iedere klasse horen maatregelen die passen bij het risicoprofiel.
De vragen en maatregelen helpen je onder meer na te denken over gegevens, toegang, mogelijke uitval, afhankelijkheden en maatregelen die al zijn genomen. Daarvoor heb je eerst inzicht nodig in je digitale omgeving. Een onvolledige inventarisatie kan immers leiden tot een onvolledige risico-inschatting.
De RKIDV is een hulpmiddel om passende maatregelen te kiezen. Het is geen garantie dat je organisatie volledig veilig is en ook geen eenmalige checklist. De waarde zit juist in het periodiek beoordelen en verbeteren.
Veel MKB-organisaties bouwen hun digitale omgeving geleidelijk op. Een applicatie wordt aangeschaft voor één afdeling, een medewerker gebruikt tijdelijk een online tool of een leverancier krijgt toegang voor onderhoud. Dat is begrijpelijk, maar het vergroot wel de kans op vergeten accounts, onbekende apparaten, oude software en schaduw-IT.
Daardoor kunnen eenvoudige vragen lastig te beantwoorden zijn:
Zonder die antwoorden is het moeilijk om prioriteiten te stellen. Met een goed overzicht kun je gerichter bepalen waar extra beveiliging, een back-up, een update, betere toegangsrechten of duidelijke afspraken nodig zijn.
Noteer welke laptops, computers, telefoons, tablets, servers en netwerkapparaten in gebruik zijn. Leg minimaal vast wie het apparaat gebruikt, welk type het is, welk besturingssysteem erop draait en wie verantwoordelijk is voor het beheer.
Kijk verder dan de software die op een computer is geïnstalleerd. Neem ook Microsoft 365, boekhoudsoftware, CRM, planningstools, online opslag, websites en andere internetdiensten mee. Vraag medewerkers welke tools zij voor hun dagelijkse werk gebruiken. Zo maak je ook schaduw-IT zichtbaar.
Niet alles is even belangrijk. Bepaal welke gegevens, systemen en processen noodzakelijk zijn om klanten te helpen, te produceren, te plannen, te factureren of medewerkers te ondersteunen. Zo weet je waar uitval of gegevensverlies de meeste gevolgen heeft.
Noteer wie toegang heeft tot welke belangrijke diensten en wie beheerdersrechten heeft. Leg ook vast wie accounts aanmaakt, wijzigt en verwijdert. Dat voorkomt dat rechten blijven bestaan zonder dat iemand zich verantwoordelijk voelt.
Noteer welke leveranciers je nodig hebt voor je belangrijkste processen. Denk aan je ICT-partner, softwareleveranciers, hostingpartijen en partijen met toegang op afstand. Leg vast welke dienst zij leveren, welke toegang zij hebben en wie binnen je organisatie contactpersoon is.
Een inventarisatie hoeft niet ingewikkeld te zijn, maar er zijn een paar veelvoorkomende valkuilen:
Een inventarisatie is alleen waardevol als je hem actueel houdt. Het NCSC adviseert om de inventarisatie minstens elke 6 maanden te actualiseren en dit controlemoment in de agenda te zetten.
Werk het overzicht ook bij zodra er iets verandert, bijvoorbeeld bij:
Gebruik bij de halfjaarlijkse controle steeds dezelfde zes vragen:
Zo wordt inventariseren geen los project, maar een vast onderdeel van je ICT-beheer.
Bruinsma kan je helpen om je digitale omgeving overzichtelijk te maken en prioriteiten te bepalen. Denk aan apparaten, Microsoft 365, accounts, software, back-ups en leveranciersafhankelijkheden. Vervolgens kun je gericht bepalen welke verbeteringen logisch en haalbaar zijn voor jouw organisatie.
Niet als een eenmalige checklist, maar als onderdeel van een vast ICT-ritme waarin je regelmatig controleert, bijwerkt en verbetert.
De 5 basismaatregelen van het NCSC zijn een goed vertrekpunt, maar in de praktijk zit de uitdaging vaak niet in het begrijpen van de maatregelen. De uitdaging zit vooral in het structureel organiseren ervan.
Daarom werkt Bruinsma met Ritme in ICT.
Met Ritme in ICT helpen we je om digitale veiligheid niet als een eenmalig project te behandelen, maar als een vast onderdeel van je bedrijfsvoering. We kijken samen naar je huidige situatie, bepalen waar de belangrijkste risico’s zitten en vertalen de basisprincipes naar concrete acties die passen bij jouw organisatie.
Dat betekent bijvoorbeeld dat we helpen met:
Het doel is niet om één keer een checklist af te vinken. Het doel is om een vast ritme te creëren waarin digitale veiligheid regelmatig terugkomt. Zo houd je grip, voorkom je dat maatregelen versloffen en werk je stap voor stap aan een digitaal weerbare organisatie.
Wil je weten waar jouw organisatie nu staat en welke stappen logisch zijn? Dan denken we graag met je mee.
Nee. Begin met een eenvoudig en bruikbaar overzicht van apparaten, software, clouddiensten, accounts, belangrijke gegevens en leveranciers. Breid het later uit als meer detail nodig is.
Het NCSC adviseert om de inventarisatie minstens elke 6 maanden te actualiseren. Werk haar daarnaast bij zodra er belangrijke wijzigingen zijn, zoals nieuwe medewerkers, software, apparaten of leveranciers.
De Risicoklassenindeling Digitale Veiligheid is een risicoclassificatiemodel voor het MKB. Aan de hand van 9 vragen wordt een organisatie ingedeeld in risicoklasse 1 tot en met 4, met maatregelen die passen bij het risicoprofiel.
Nee. Gebruik het overzicht om prioriteiten te bepalen. Begin bij gegevens, systemen en processen waarvan uitval, verlies of misbruik de grootste gevolgen heeft. Plan daarna de overige verbeteringen in een haalbaar ritme.
Wil je meer weten over dit onderwerp of bespreken wat dit betekent voor jouw organisatie? Mail ons op info@bruinsmakantoor.nl of bel 0523-272121.